tollenaar

ik sterf ergens geraakt tussen
breekbare rotsen, het gruis verspeldt
mijn woord met stekelige aanhaligheden, ik – lijk –
dood – verstild in een rouw die ik vermeed

hoe de dag mij vergeet in de chaos diep ergens
onder mijn haardos, weliswaar nog in krul, doch eertijds
versteend in de barn van een vloeibaar beginsel,
ik – hol – verblijf, geen gunsten die ik deel of vraag

nog mens noch edelsteen, reeds behartigd met woorden
uit mijn ziel, kom op wie wil mijn braaksel die de stem
uitkotst door het rode aangedane vlees, de huig zeer
opgetogen verhangt het eerst zichzelf

een tollenaar gezeten aan de poort, spiedt
voorzichtig om zich heen, likt mijn diep gekerfde huid
en spatelt met de rijm die mij nooit eigen was – treed – in –
venstert u buiten alvorens u kadavert

op de mesthoop vanwaar u kwam

elze Written by:

Echtgenoot, Vader & Schrijver van inmiddels twee dichtbundels,

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *