Judith

diep ontroerd, ga ik als een
vallende ster door ‘t gruis
dat mijn pad verspert, ik ween
de avond aan jouw schouder

mijn listig spel, waarin ik souffleer
met zinnen die niets weten, het is de
boekanier in mij die telkens weer
wil winnen

ik had de regen verzaagd tot
aan de noest van mijn bestaan, maar ‘ k voel
me gestrand op het ijs dat mijn verleden bevroor
in krochten onbetreden

zelfs diep in mijn gehoor

ik draag de stemmen op om
mijn hoofd te verlaten, doch
hun oor is gesmeed uit mijn vlees

ik ben een den zonder takken, wel geaard
diep in het omber waar de dood hergraven is
aan de rand van een holle aarde, jouw woorden
Judith, jouw woorden zijn de bloemen

die me drinken aan de rijp
van mijn gedachten

elze Written by:

Echtgenoot, Vader & Schrijver van inmiddels twee dichtbundels,

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *